Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Om in de stemming te komen konden bezoekers van tevoren een speciaal diner nuttigen, bedacht en ontworpen door ontwerpcollectief Sulsolsal. Dit diner presenteerde zes verschillende diëten, elk gebaseerd op een eigen voedselpyramide, zoals de 'brain booster pyramid', de 'silicon valley pyramid' en de 'prison pyramid'. Deze verschillende diëten laten zien hoe men, ook door middel van voedsel, het lichaam van binnenuit probeert te beïnvloeden.

Al lopend door de expositie konden bezoekers via een koptelefoon luisteren naar een introductie van co-curator Agata Jaworska. The Life Fair omvat een arsenaal aan producten, technieken en methodes om het lichaam te beheersen, optimaliseren, exploiteren, beschermen of mooier te maken. Deze speculatieve ontwerpen en bestaande technologieën roepen tal van ethische, juridische, filosofische en ontwerptechnische vragen op. Het rondlopen op de beurs en het luisteren naar het gesprek tussen de sprekers zonder hen te hoeven zien, zorgt voor een bewustwording van de scheiding van het fysieke lichaam en ons denken. Een passend format voor een avond waar de vraag centraal staat wat het lichaam tegenwoordig nog is, door wie of wat het wordt gevormd en hoe het zich verhoudt tot de ‘geest’ of de persoon die bij dat lichaam hoort.

De ‘persoon’ is een relationeel fenomeen en bestaat alleen in interactie met anderen. In de Westerse context leert het liberalisme ons dat je zelf de baas bent over je eigen persoon; jij bezit je eigen persoon. Maar in hoeverre geldt dat ook voor het lichaam? Is dat wel van ons? Er bestaan verschillende beperkingen als het gaat om wat je mag doen met je eigen lichaam. Juridisch gezien bestaan er wetten die bepalen wat je mag doen met bepaalde delen van het lichaam, zoals organen, eierstokken en sperma. Ook voor het dode lichaam bestaan regels en procedures. Maar het levende lichaam zelf – als geheel – is niet opgenomen binnen legale structuren. Alsof het lichaam als entiteit te heilig of onaantastbaar is. 

De vraag of ons lichaam van onszelf is, wordt alleen maar lastiger te beantwoorden door het fenomeen ‘biohacking’. De pacemaker is een bekend voorbeeld van een lichaamsvreemd object dat gebruikt wordt om de hartritmefunctie over te nemen. Maar hoe zit het met meer geavanceerde biohacks, zoals het plaatsen van een zogenaamde RFID-chip zo groot als een rijstkorrel vlak onder de huid in je hand? Op zo’n chip kunnen codes worden geprogrammeerd waarmee je bijvoorbeeld een deur kunt openen of waarmee je je kunt identificeren. Zo’n ingreep wordt normaal gesproken niet uitgevoerd door een arts, omdat het geen medisch noodzakelijke operatie is (in tegenstelling tot het plaatsen van een pacemaker bijvoorbeeld). Het plaatsen van zo’n chip moet dus gebeuren in een zogenoemde ‘body modification shop’. Biohacking roept de vraag op aan wie het lichaam, of een onderdeel ervan, op den duur toebehoort. Niquille spreekt van ‘kolonisatie’ van het lichaam.

En als je lichaam dan gehackt is, hoe gemakkelijk kunnen anderen jouw lichaam dan hacken?

Jos de Mul stelt dat we dit soort kwesties kunnen scharen onder biopolitiek, oftewel: de strijd om de macht en controle over het lichaam. Het wel of niet hebben van een perfect lichaam kan volgens hem zelfs leiden tot een nieuwe sociale klasse. Volgens hem gaat het bij biopolitiek niet om een strijd tussen mensen of een strijd op het schaalniveau van de maatschappij, maar moeten we ook denken aan de innerlijke – vaak tegenstrijdige – manier waarop we zelf ons lichaam ervaren.

Volgens De Mul zijn er drie verschillende perspectieven te onderscheiden als het gaat om het beleven of ervaren van ons lichaam. Het eerste-persoonsperspectief is een ‘belichaamd’ ik-perspectief: je bent je lichaam en je beleeft je lichaam. The Goat Project van speculatief ontwerper Thomas Thwaites stelt de vraag hoe het zou zijn om even een break te nemen van het mens-zijn, en op vakantie te gaan als geit. Hoewel we nooit helemaal andermans perspectief – laat staan dat van een dier – kunnen ervaren, illustreert dit project het ik-perspectief waarbij de beleving van het lichaam en ‘het zijn’ samenvallen. Met behulp van virtual reality of gaming kun je door de ogen van iemand anders diens ik-perspectief zien, maar je kunt nooit iemands lichaam (en ‘binnenwereld’) zijn.

Het tweede-persoonsperspectief gaat over de interactie tussen mensen. Dit perspectief is het gemakkelijkst te begrijpen als gedeelde interactie, zoals bij seks. Deze interactie bestaat uit een constante bemiddeling of schakeling tussen je eigen lichaam en persoon en het lichaam en persoon van een ander. Totale controle is daarbij – normaal gesproken – niet mogelijk. Tenzij je virtual reality gebruikt om een fantasie-werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Bij de stand op de beurs die gewijd is aan seks is bijvoorbeeld een project te zien waarbij de lichamen van bestaande modellen tot op detail zijn ingescand, modellen die jouw fantasieën als virtuele partner uitvoeren. Hun ‘persoon’ is echter losgekoppeld van de virtuele, fysieke representatie van hun lichamen, dus van een echt tweede-persoonperspectief is geen sprake.

Talloze meetinstrumenten, zoals ook te zien in de sectie Health in de expositie, zorgen er tegenwoordig voor dat we ons eigen lichaam kunnen monitoren. Het derde-persoonsperspectief, tot slot, heeft volgens De Mul te maken met het ‘beschouwen’ van ons lichaam. De prestaties die het lichaam al dan niet levert, kunnen we meten en kwantificeren, vaak via een scherm. Daarbij bekijken we via een omweg en van buitenaf naar onszelf en wordt het lichaam op die manier geobjectiveerd. Volgens De Mul ‘beleven we ons beleven’. Hierbij zijn we niet ons lichaam, maar hebben we een lichaam; we hebben controle over dat lichaam. Vanuit dit perspectief bezien wordt dat lichaam een soort van instrument of machine om een bepaalde performance te leveren.

Veel van de nieuwe technologieën die te zien zijn op The Life Fair roepen vragen op over deze verschillende perspectieven op lichaam en geest. De ontwerp- en onderzoekspraktijk van Niquille richt zich op identiteitsconstructies rondom het visuele aspect van het lichaam. Het uiterlijk vormt de interface tussen de buitenwereld en een innerlijke wereld: je uiterlijk is het eerste waarop je wordt beoordeeld, en één van de belangrijkste factoren om iemand te identificeren. Om verschillende autotagging gezichtsdetectiesoftware (zoals gebruikt door Facebook en Google) te misleiden ontwierp ze ‘RealFace Camouflage’ T-shirts met gezichten van bekende mensen, om op die manier meer privacy te bieden.

Tijdens het tweede gedeelte van de avond leest Niquille een e-mailconversatie met een Hillary Clinton-imitator voor. Door haar uiterlijk is haar persoon zó verbonden met die van Hillary Clinton, dat ze soms niet goed meer weet wie ze zelf is. Waar het in de jaren negentig voor haar nog grappig was om een dubbelganger van de toenmalige presidentsvrouw te zijn, roept haar uiterlijk tegenwoordig veel sterkere reacties op.

De Voodoo Doll is volgens Niquille een metafoor om na te denken over de manier waarop we (lichaam en persoon) op afstand, meestal via internet, onder invloed staan van bepaalde machten. Een project dat de potentiële macht van data en ons besef van plaatsgebonden burgerschap en burgerrechten opnieuw vormgeeft is Algorithmic Citizenship.

In plaats van burgerrechten toe te kennen op basis van je geboorteplaats of bloedlijn, zoals op dit moment vaak het geval is, worden je rechten als burger bepaald via je zoekgedrag op internet.

Je rechten worden steeds opnieuw overwogen in overeenstemming met de websites die je bezoekt en de landen die daaraan gerelateerd zijn.

De Mul sluit de avond af met een vergelijking tussen plant, dier en mens, gebaseerd op de Duitse filosoof en bioloog Helmuth Plessner. Omdat de mens – in tegenstelling tot planten en dieren – op zijn of haar eigen beleven kan reflecteren, bereiken we nooit een staat van volledigheid. Die zogenaamde excentrische positie – het van buitenaf kunnen reflecteren op onze eigen positie – zorgt ervoor dat we altijd op zoek zullen gaan naar nieuwe vormen van en voor ons lichaam. We zijn dus voortdurend ‘Heimatlos’, oftewel ‘constitutief thuisloos’. Het verlangen naar die staat van volledigheid zorgt ervoor dat we cultuur en technologie ontwikkelen om in die leegte te kunnen voorzien. En daarom is de mens van nature kunstmatig met ons lichaam als een van de slagvelden.

Verslag Rosa te Velde

Thursday Night at Het Nieuwe Instituut
Kristoffer Li & Kristoffer Halse Sølling

Thursday Night Live! biedt een afwisselend programma over architectuur, design en digitale cultuur. Actuele ontwikkelingen en kritische reflectie worden gedeeld en besproken door denkers, ontwerpers en makers uit binnen- en buitenland.