Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Op 12 januari 2017 vond Design Dialogue: Material Pioneers plaats, een avond over de kruisbestuiving tussen natuur, wetenschap en creativiteit. Nieuwe ontwikkelingen werden getoond en besproken door onder anderen Olivier van Herpt, winnaar van de New Material Award 2016, Diana Scherer, winnaar van de New Material Fellow 2016 en ontwerper Bart Hess. Andrea van Pol modereerde de avond.

Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Olivier van Herpt

De jonge ontwerper Olivier van Herpt is de winnaar van de New Material Award 2016, een samenwerking tussen Stichting DOEN, Fonds Kwadraat en Het Nieuwe Instituut. Het werk en onderzoek van Van Herpt bestaan uit het 3D-printen van klei. Hij combineert een eeuwenoud materiaal met een van de meest geavanceerde technologieën van het moment.

Het 3D-printen met kunststof gaf hem geen voldoening, omdat de uiteindelijke objecten hem teveel deden denken aan prototypes. Hij zocht naar meer esthetiek en belandde bij het materiaal dat zo oud is als de mensheid: klei. Van Herpt roemt de functionaliteit, puurheid en diversiteit van deze grondstof: ‘Verschillende types van verschillende locaties hebben iedere hun eigen karakter. En ik vind het mooi dat het leeft. Ik laat de klei in mijn ontwerpen puur en gebruik geen glazuur’, aldus de jonge ontwerper.

De machine waarmee hij het materiaal bewerkt, is door hemzelf ontwikkeld gedurende een periode van vier jaar. Dit is dan ook een project op zich geworden. Een bonte verzameling aan met deze machine vervaardigde vazen tonen de eindeloze mogelijkheden van zowel de 3D-printer als klei. ‘Deze tastbare vazen zijn de perfecte manier om dingen uit te proberen en te presenteren op kleine schaal’, vertelt Van Herpt. Dankzij de New Material Award kan hij nu ook denken aan schaalvergroting. Het project kan in samenwerking met anderen verder worden ontwikkeld. Momenteel werkt Van Herpt met architecten aan het printen van bouwstenen en hij hoopt de machine binnenkort als product op de markt te brengen.

Diana Scherer

De tweede gast van de avond, Diana Scherer, is de winnaar van de New Material 2016 fellow met haar project interwoven, waarvoor ze natuurlijke wortels als textiel gebruikt. Scherer heeft al een flinke carrière als beeldend kunstenaar en fotograaf op haar naam staan. In 2009 won ze de prijs voor de beste cover met haar ontwerp voor de VPRO-gids. Het ontwerp bestaat uit een foto van een keramieken vaas, en raakt zo grappig genoeg al aan haar huidige project. Een ander, meer recent project van Scherer luidt nog duidelijker haar huidige onderzoek in. In 32 foto’s legde Scherer de wortelstructuren van diverse planten vast. Ze liet de planten in divers gevormde vazen groeien, en verwijderde vervolgens de vaas zelf. De fascinatie voor de wortel was geboren. Ze zag hoe iedere plant zijn eigen wortelstructuur heeft; als verschillende soorten garen. Dit vormde het startpunt voor haar huidige, winnende project.

Tijdens de avond toont Scherer het eerste resultaat: een kleedje dat onder de aarde is gegroeid. Wortels, van bijvoorbeeld haver en mais, weven zichzelf onder de grond in een door Scherer bepaald patroon. Het getoonde resultaat is prachtig, maar kwetsbaar. Het versterken van het materiaal is dan ook een van de uitdagingen van het onderzoek dat ze binnen de muren van Het Nieuwe Instituut en in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen zal voortzetten. Een van de haar doelen is het realiseren van grote tapijten en autonome sculpturen. Opererend op het snijvlak van kunst, design en wetenschap is het kunstobject voor Scherer van het grootste belang.

Bart Hess

Ontwerper Bart Hess is na een tijd in Londen gewoond en gewerkt te hebben weer “thuis in Eindhoven” en nu als derde spreker te gast bij Het Nieuwe Instituut. Hij was in Londen voor de mode, de glamour, de showbizz. Na een periode in deze snelle wereld, is het tijd voor verdieping. Momenteel richt hij zich op langere projecten, waarvoor meer onderzoek nodig is. Voor een Nederlandse theatervoorstelling ontwierp hij kostuums. Hess vertelt: ‘Hier kwam veel bij kijken, De materialen moeten de dansvloer op; gewassen kunnen worden. Toch wilde ik de tactiele kwaliteiten die ik met mijn werk voor ogen heb, behouden. Door met dansers te werken kon ik meer onderzoek naar het materiaal, naar beweging en geluid ervan. Het resultaat zijn zware pakken van latex - voor de dansers heel intens.’

Hess toont op deze Thursday Night geen fysiek materiaal, omdat veel van zijn werk van voorbijgaande aard is. Het bestaat dan ook vooral in de vorm van foto- en videomateriaal. We zien een dromerige foto van Digital Artefacts, een werk dat hij maakte in opdracht van de Biënnale in Lissabon. Startend vanuit de vraag “Hoe zullen wij ons aankleden in de toekomst?” keerde hij het principe van aankleden om, door niet een persoon in kleding te hullen, maar de kleding direct op het lichaam aan te brengen. Laag voor laag bracht hij was aan op een model, dat na iedere laag moet afkoelen in water. ‘Een persoon in was dippen is nog niet zo eenvoudig. Het materiaal is in vloeibare vorm erg heet. Ik moest hier dus een speciale techniek voor ontwikkelen’, legt Hess uit.

Het direct opbrengen van materialen op het lichaam is een terugkerend onderdeel in het werk van Hess: 'Kleren interesseren me niet, materialen wel. Ik wil deze onderzoeken in relatie tot het lichaam. Als ik een nieuw materiaal heb, breng ik dit vaak direct aan op mijn huid.'

De makers in dialoog

De uiteenlopende praktijken van de drie sprekers worden met elkaar verbonden door het vooruitstrevende gebruik van materialen en het onderzoek naar nieuwe materialen en materiaalcombinaties. In gesprek met Andrea van Pol wordt aan de hand van belangrijke thema’s over hun werk gesproken.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een actueel vraagstuk op het gebied van materiaal. Van Herpt ziet het werken met de 3D-printer ook als een goede stap richting duurzame productieprocessen. Het geeft de mogelijkheid lokaal te produceren met lokale materialen. Verder hoef je alleen iets te maken als je het nodig hebt, en is er dus minder productie en minder verspilling. Hij legt uit: ‘Er worden veel dingen gemaakt die misschien wel overbodig zijn. Daarom richt ik me ook op het ontwikkelen van tijdelijke producten, bijvoorbeeld met bijenwas. Dat kan je na gebruik weer omsmelten.’ Bart Hess reageert hier lachend op: ‘Ik streef er niet naar mensen aan te sporen zich in was te hullen en ’s avonds de kostuums weer op te smelten, maar vind het wel een mooie poëtische gedachte.’

Diana Scherer incorporeerde de ecologische gedachte op een heel andere manier. Ze legt uit: ‘Een ecoloog van de Radboud Universiteit heeft me deze richting op geduwd. Hij vertelde me dat wortels heel goed zijn voor het milieu, ze dienen bijvoorbeeld als opslagplaats voor CO2. Dit gegeven is niet leidend in mijn werk, maar sprak me erg aan. Nu word ik door de universiteit ondersteund in de toepassing hiervan.’

Het proces

De makers gaan op onderzoekende wijze te werk, waardoor het proces een belangrijke rol speelt en er ruimte is voor toevalligheden. Van Herpt zoekt hierbij het spanningsveld van digitale techniek en de onvoorspelbaarheid van tastbare materialen. Bart Hess werkt met scheerschuim, gras, latex, was en bedenkt systemen met een toevalligheidsfactor. ‘Ik ontwerp de manier van aanbrengen, maar de vorm is altijd anders’, legt hij uit. Dit onvoorspelbare houdt het spannend, zeker als hij zijn werk in een performance tot stand laat komen. Daarnaast gaat hij net als Van Herpt op zoek naar onvoorspelbaarheid in de vaak mathematische precisie van het digitale. Voor een project in opdracht van het Textielmuseum in Tilburg werkte hij op de passementen-afdeling van het museum. In een poging deze touwen en veters tactiel te maken combineerde hij het harige materiaal met digitale techniek. De harige veter leek zo tot leven te komen. Onvoorspelbaarheid is misschien nog wel het grootst in het werk van Scherer, die soms maanden op het resultaat van de groeiende wortels moet wachten.

Deze procesmatige werkwijze brengt echter ook veel fouten en mislukte experimenten. Scherer vertelt: ‘Een van de moeilijkheden in het proces was het werken met de waterplant. Het leek me juist makkelijk, omdat deze planten immers zonder aarde groeien. Maar het proces duurt lang, en er zijn heel veel planten nodig om resultaat te boeken. Na een paar maanden wachten, ontdekte ik dat wortels onder water heel anders groeien dan in de aarde. Ze verstrengelden niet, maar groeiden naast elkaar.’ Ook de machine van Olivier van Herpt is middels trial and error van de grond gekomen. ‘Het project kende veel tegenslagen, maar omdat je weet dat het kan, geef je niet op.’ Ook hij laat zich graag gaandeweg verrassen: ‘Het is nooit helemaal uitgedacht, ik bedenk de lijnen’, aldus Van Herpt.

Zijn wasproject bestempelt Bart Hess zelfs als één grote fout. Uitgaande van zijn just do it-mentaliteit stopte hij zijn hand in een blok iets te warme was. Toch heeft deze pijnlijke ervaring hem er niet van weerhouden door te gaan.  Hij gebruikt gretig dingen die op zijn pad komen, en meng dit tot een spannend eindresultaat. Als het lelijk is, brengt hij er meer schoonheid in; en als het te lieflijk is voegt hij wat horror toe. ‘Dat is voor de toeschouwer het boeiendst’, aldus Hess.

Archiveren en documentatie

Het vastleggen van het werk en de werkwijze is bij deze procesmatige praktijken van groot belang. Middels foto’s en video’s kunnen de makers ontwikkelingen terugzien en het procedé aan anderen presenteren. In het geval van Bart Hess wordt het, gezien de tijdelijke aard van zijn ontwerpen, zelfs vaak het werk zelf. ‘De technische ontwikkeling legde ik echter nooit zo vast’, voegt Hess hieraan toe. ‘Maar dat ga ik nu doen met ondersteuning van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Dankzij een beurs kan ik al mijn oude projecten langsgaan en de gebruikte materialen, kleuren en technieken in kaart brengen.’

‘De documentatie van mijn werk is zowel voor mezelf, de generatie na me als voor lezingen en presentaties’, vertelt Diane Scherer. ‘Ook mislukte projecten leg ik vast, anders vergeet deze. Sommige resultaten zijn voor mij eerst een teleurstelling, omdat ik iets anders voor ogen had. Later zie ik wel de waarde van dit onderzoek en resultaat in, en ben ik blij dat ik het documentatiemateriaal heb.’

Publiek gesprek

Tot slot komen in gesprek met het publiek uiteenlopende onderwerpen ter sprake, van de ethische vraagstukken die je tegenkomt bij het ontwikkelen van een 3D-printer tot ongedierte in de ontwerpen van Scherer. De vragen maken de verschillende posities van de aanwezige gasten duidelijk, maar gaven ook inzicht in de overeenkomsten. Zo had Scherer bijvoorbeeld de wortels nooit kunnen ontwikkelen met een 3D-printer. Haar project is er één in samenwerking met de natuur. De manier waarop wortels zich verstrengelen kan en wil ze niet beïnvloeden. Toch zocht ook Van Herpt met de 3D-printer juist het toeval en natuurlijke processen op: ‘Als ik de machine aanzet is het ook maar afwachten. Ik bepaal alleen de kaders. Dat doen Diane en ik allebei.’ Het project dat hij samen met geluidskunstenaar Ricky van Broekhoven uitvoerde, illustreert deze methode waarschijnlijk het best. Van Herpt en Van Broekhoven zochten naar het Moiré-effect bij de printer; een artefact dat je normaal gesproken juist niet wilt hebben.  Door een directe vertaling van de frequentie (tussen 2 en 15 Hz) naar een object van klei, geeft dit object de ontwikkeling van het geluid weer. ‘Je hoort dit geluid niet, de beweging wordt vertaald naar een patroon’, legt Van Herpt uit. ‘Niet alleen de veranderende frequentie bepaalt de vorm, ook de snelheid van de kop van de printer en de geprogrammeerde vormen beïnvloeden het uiteindelijke object. Alle variabelen hebben invloed.’

Verslag Sanneke Huisman

Thursday Night at Het Nieuwe Instituut
Kristoffer Li & Kristoffer Halse Sølling

Thursday Night Live! biedt een afwisselend programma over architectuur, design en digitale cultuur. Actuele ontwikkelingen en kritische reflectie worden gedeeld en besproken door denkers, ontwerpers en makers uit binnen- en buitenland.